22 februari: Natuur, natuur, natuur…
22 februari 2012 - Ushuaia, Argentinië
Hola Amigos,
Bijna gaan we Chili verlaten, we zijn nu onderweg van Punta Arenas naar Ushuaia. Best wel jammer om Chili, het land waar onze reis is gestart, te verlaten. Maar nog veel in het vooruitzicht, en vooral heerlijk weer, daar hebben we erg zin in na het koude zuiden. Deze maand hebben we de hele Ruta 40 afgereisd, die van Bariloche naar het uiterste zuiden gaat. Grote delen van deze beroemde weg zijn onverhard, waardoor de bussen er niet veel harder dan 50 km per uur kunnen rijden. Het uitzicht is de hele 2000 kilometers ongeveer hetzelfde: dorre heuvelachtige vlaktes, met hier en daar een verdwaalde ñandu of guanaco (de struisvogel en lama van Patagonië). Verbazingwekkend daarom dat er om de paar honderd kilometer toch leuke plekken en schitterende parken zijn. Daar hebben we de afgelopen maand doorgebracht.
Bariloche – Ruta de Siete Lagos
Vanuit Puerto Varas weer de Chileens-Argentijnse grens overgestoken richting Bariloche. Een groot deel van de rit reden we door natuur bedekt met een dikke laag as. De Chileense vulkaan dicht bij Bariloche is al sinds mei 2011 actief. Wanneer de wind richting Bariloche staat is de stad gehuld in een donkere mist. Zo ook bij onze aankomst. Van het mooie uitzicht over het meer Nahuel Huapi konden we dan ook pas dagen later genieten. We gingen fietsen huren om de omgeving te verkennen toen de man van de verhuur vertelde dat het, ondanks de vulkaan, best mogelijk was om de Seven Lake Road te fietsen, wat we heel graag wilden. Dus toen aan het regelen gegaan. Fietsen gehuurd, oranje tent, slaapzakken, matjes en proviand ingekocht. Tussendoor nog even naar het politiebureau voor aangifte van gestolen Iphone uit de kamer van het hostel. Een heel gedoe, maar de dag erna stonden we paraat om van Bariloche naar San Martin de Los Andes te fietsen in vier dagen. We konden wel tegenwind verwachten zei de man van de verhuur.
Nou, dat hebben we gemerkt. Alleen maar tegenwind over lange stukken rechte weg. Af en toe moesten we stoppen om niet van de fiets te worden geblazen of om ons van een zandstorm af te wenden. Onze gemiddelde snelheid tijdens hardlopen is hoger… Na 70 pittige kilometers en ook genieten van schitterende uitzichten besloten we de route even te laten voor wat die was en iets eerder dan gepland ons kamp op te slaan. We zaten uit de wind op een strandje, mooi uitzicht, en erg mysterieus doordat het strand en het bos bedekt waren met een laag as. We waren de wind alweer vergeten tijdens een lekkere borrel.
Maar na het eten begon de regen. De hele nacht regende het, gelukkig was ons tentje ertegen bestand. De volgende ochtend in ons tentje wachten tot het ophield met regenen. Het regende nog steeds in de middag, de avond, de nacht, de volgende ochtend… Al die tijd brachten we door in ons ‘handige’ kleine tentje van 1,2 x 1,2 m. Toen de tweede ochtend de rits brak en het er niet naar uit zag snel op te houden met regenen, gooiden we de handdoek in de ring. De fietsen achtergelaten bij de camping, ingepakt en de duim opgestoken om terug te liften naar Bariloche. Tot op dit moment nog geen van de zeven meren gezien….
Dat laten we ons natuurlijk niet gebeuren. Ons vieze, natte, kleine, oranje tentje met kapotte rits geruild voor zijn grotere blauwe broer, die nog schoon en vers in de verpakking zat, tegen een minimale bijbetaling. De volgende dag een auto gehuurd en naar San Martin gereden langs de zeven meren en weer terug naar Bariloche over de Ruta 40. We genoten van vele schitterende uitzichten.
El Bolsón – Parque Nacional Los Alerces
De volgende dag vertrokken we naar El Bolsón, een hippie dorp in de jaren zeventig en nu nog steeds erg tranquilo, met gitaar spelende kunstenaars die een aantal dagen in de week handgemaakte producten verkopen op de lokale markt. We zetten onze tent op naast een van de kunstenaars op een leuke camping. We hadden er nog wel even willen blijven, maar helaas is vervoer in het zuiden wat minder frequent en omwille van een goede aansluiting besloten we de dag erna naar Parque National Los Alerces te gaan. Maar niet voordat we door het dorp slenterden, terrasjes in de zon pakten en de markt bezochten. Een heerlijke stop.
In Los Alerces sloegen wij ons kamp op aan Laguna Verde. Bij aankomst was het schitterend weer en genoten we van de zonsondergang aan het meer. Daar zagen we vissen die druk in de weer waren om insecten uit de lucht te spugen, leuk schouwspel. De volgende dag vroeg uit de veren om het park te bezoeken. Na een tijdje lopen zagen we de eerste Alerce van 300 jaar oud, een kleine den naar ons idee. Waren we daarvoor naar het park gekomen? Gelukkig bleek er plek op een boot die ons naar een deel van het park bracht met oudere bomen. De gids vertelde ons dat Alerces minder dan één centimeter per jaar groeien, wat een hoop verklaarde. De boom van ongeveer 2600 jaar oud was een stuk indrukwekkender en dat deel van het park was prachtig. Bij thuiskomst in de avond weer regen. We hadden al genoeg tijd in een tentje in de regen doorgebracht, dus verplaatsen we ons naar de luxere buurcamping voor een spelletje en een wijntje in het restaurant. Dag twee nog een fikse wandeling, vlak na de start waren we niet zo zeker of we op het juiste pad waren, we hielden vol totdat we kruipend vasthingen in de struiken. Eenmaal omgekeerd kwamen we meerdere ook verdwaalde wandelaars tegen. Samen vonden we het juiste pad. Mooie uitzichten en een bergmeer waar we de vissen in konden zien zwemmen waren de beloning voor een flinke klim.
Estancia
Vanuit Los Alerces vertrokken we via Esquel naar Perito Moreno (dorp, niet de beroemde gletsjer), vanuit daar wilden we naar een Estancia (ranch) gerund door een koppel van Nederlandse en Nieuw-Zeelandse afstamming. Tijdens onze overstap in Esquel maar eens gebeld om onze komst aan te kondigen. Helaas bleek de Estancia verkocht en niet meer open voor toeristen. Toen onze bustickets maar aangepast om in een keer door te rijden naar El Chaltén. Hierdoor uiteindelijk 26 uur onderweg en dat onvoorbereid.. Toen we in de middle of nowhere strandden met een kapotte bus wisten de chauffeurs gelukkig ook iets van sleutelen. Ze repareerden de bus, wat helaas wel ten koste ging van de airco. Reizen over Ruta 40 moet blijkbaar altijd een beetje afzien zijn.
El Chaltén – Cerro Fitz Roy (Parque Nacional Los Glaciares norte)
Toen we in El Chaltén aankwamen in de avond bleek het er erg guur, winderig en koud. We lieten het tentje dus in de tas en checkten in in een hostel met een heerlijke kamer. Het weer in El Chaltén is erg veranderlijk te noemen, maar harde wind staat er bijna altijd. Gelukkig was het de ochtend na aankomst een ideale dag om de klim te maken naar Cerro Fitz Roy. Een fantastische tocht met zo nu en dan zicht op de top. Bij een van de uitkijkpunten hoorden we dat Fitz Roy zich al vier dagen niet had laten zien en in mist gehuld was, mazzeltje dus. Boven aan de klim liepen we Rebecca tegen het lijf. Onder andere met haar hebben we in december de tocht naar de Machu Picchu gedaan. Erg toevallig. Op dag twee zag het weer er iets minder uit. Toen het op een gegeven moment open trok besloten we toch het park in te gaan. Waar we de vorige dag een zomerse wandeling door het Parque National Los Glaciares hadden, was het dit keer een winterse wandeling door de sneeuw, ook mooi. Voor de derde dag waren de voorspellingen zeer goed. Wij besloten in El Chaltén te blijven om naar de voet van Cerro Torre te lopen, naast de Fitz is dit de tweede grote berg in dit deel van het park.
El Calafate – Perito Moreno (Parque Nacional Los Glaciares sur)
In El Calafate ging het er weer wat zomerser aan toe, dus zetten we ons tentje weer op. We hadden een plek met een eigen parilla (BBQ). Leuk om daar te zitten tussen de Argentijnen die in het weekend de camping blauw zetten met alles wat er op de BBQ wordt gegooid. De volgende dag vertrokken we vroeg om naar de gletsjer Perito Moreno te gaan. Eerst liepen we op loopbruggen met fantastisch uitzicht op de gletsjer. Daarna op de boot om de ander kant van de gletsjer te bekijken. Zo indrukwekkend hoe de gletsjer in het water staat en er 50-60m bovenuit steekt. Daarna was het tijd om ijzers onder de voet te doen en een aantal uur over de gletsjer te wandelen. Erg gaaf om naar het midden van de gletsjer te lopen en het mooie ijslandschap met riviertjes en diepe met water gevulde gaten te zien. Zeker een van de hoogtepunten van onze reis. In de avond deden we net als de avond ervoor mee met de Argentijnen en zwengelden onze BBQ aan.
De tweede dag in El Calafate na vele actieve dagen maar weer eens rustig aan gedaan. Spelletjes op de camping een heerlijke borrel met Espuma en in de avond gingen we een hapje eten (bedankt pa) voordat we om 24:00 de 30ste verjaardag van Annick konden vieren. De dag erna vertrok de bus pas in de middag en zijn we ter ere van Annick’s verjaardag een lekker taartje gaan eten op het terras in de zon!
Puerto Natales – Parque Nacional Torres del Paine
In de avond kwamen we aan in Puerto Natales. Daar dropten we onze tassen om samen met Bob Annick´s verjaardag te vieren in de lokale kroeg. Ook Bob was er in december bij toen we de Machu Picchu tocht deden. We hielden contact en onze routes bleken hier weer te kruisen. Dus we besloten om samen naar Torres del Paine te gaan. Er is veel gebeurd tussen Machu Picchu en nu, dus een hoop om bij te kletsen. Daarnaast hadden we een rum proeverij om te kijken welke fles we zouden kopen voor een lekker glaasje in de koude Torres nachten. Toen we laat naar buiten liepen waren de plannen voor het park nog erg vaag maar de buskaarten voor de dag erna hadden we al op zak. Vroeg op dus voor een vergadering. De kaart erbij, koffietje erbij en we besloten om niet de zogenaamde ´W´ te lopen maar het Circuit waarin we ook de achterkant van het park zouden bezoeken. Dat betekende dat we zes nachten in het park zouden doorbrengen en voor zeven dagen eten mee moesten nemen. Bij de tocht naar Machu Picchu droegen paarden dat voor ons. Nu zouden we het helaas zelf moeten dragen. Er moest dus nog veel gekocht worden voor vertrek. Vele zogenaamde ´trekkers´ leven van karige maaltijden, gedroogd vlees en gedroogd fruit. Wij namen echter ook lekkere groenten en kruiden mee. In de avonden konden we mensen de ogen uitsteken met lekkere maaltjes, maar overdag hadden we dan ook zware tassen. Gedurende de zeven dagen zijn we alle drie wel een paar keer kapot gegaan… Maar daardoor niet minder genoten van het schitterende park. Ieder deel van het park ziet er zo anders uit, bos, een kale rotsachtige pas en daarna uitzicht over een gletsjer, een soort steppe, moerasland, en natuurlijk de vele rotspieken, waaronder de Torres del Paine. Fantastisch, kijk maar naar de foto´s. Je ziet er ook een aantal foto’s tussen van verbrandde stukken bos. Het park heeft namelijk afgelopen december behoorlijk in brand gestaan, waar wij op dag 4 doorheen gelopen zijn. Zonde, maar gelukkig is er nog heel veel moois van het park over.
We hadden erg geluk met het weer, we hoorden verhalen over weggewaaide en ondergeregende tenten. Dat werd ons bespaard en overdag hadden we zelfs soms schitterend weer. De nachten in de tent waren helaas wel ijzig koud. Dus na 6 nachten hadden we ook zeker weer zin in een lekker bed in El Calafate en na zes eenpansmaaltijden waren we ook toe aan lekker eten. Dat hebben we opgelost door als afsluiter heerlijk te gaan uit eten bij een Patagonisch-Afrikaans restaurant, smullen!
Punta Arenas
De dag erna pakten Annick en ik de bus naar Punta Arenas en Bob ging de andere kant op richting El Calafate. In Punta Arenas aangekomen bleek de bus die we wilden naar Ushuaia vol, nogal balen, want we zaten op een strak tijdschema om op donderdag vanuit Ushuaia naar Buenos Aires te vliegen. Dus we moesten die middag en ochtend erna aan de bak om het programma weer passend te krijgen. Nogal een uitdaging in een dorp waar internet van alle koffietentjes meer niet werkt dan wel. Maar zoals jullie al lazen zitten we inmiddels in de bus, zijn de tickets omgeboekt naar vrijdag en gingen we gisteren op een toertje naar Isla Magdalena om daar te kijken naar vele Magellan pinguïns. Bijzonder om zo dicht bij duizenden pinguïns te lopen in hun natuurlijke omgeving.
Nu bijna bij de grens om de laatste keer een stempel van Chili te halen. Op de valreep zagen we terwijl de bus op de veerboot stond en wij over het water tuurden nog zwart-witte dolfijnen boven het water uitkomen, we wisten niet dat die bestonden. Een mooie manier om ons Chili avontuur af te sluiten. Nu Ushuaia, het zuidelijkste (en waarschijnlijk koudste) puntje van onze reis en dan terug naar de zomer J.
Liefs van ons,
Ciao,
Luc
Foto’s
1 Reactie
-
Tejo:26 februari 2012Nice! Heerlijk om te lezen en jaloers om van te worden.....
